jueves, agosto 21, 2008

127 Antiguos refranes ilustrados en un solo cuadro del pintor flamenco Pieter Brueghel, el “Joven”

(127 Oude spreekwoorden geilustreerd in één enkel schilderwerk van de vlaamse kunstenaar Pieter Brueghel de Jonge, 1559. Klikken op de titel brengt u naar de website)
Siguen siendo muy actuales, estos refranes. El cuadro, que data de 1559, representa un pueblo imaginario donde personas y animales se entremezclan. El auténtico se puede contemplar en el Frans Hals Museum, en Haarlem, Países Bajos. Los Brueghel pintaron más de uno con este tema. El cuadro fue pintado mucho antes de que se editó el Libro Guiness de los records.

https://www.literatuurgeschiedenis.nl/middeleeuwen/spreekwoord.html?id=0

Si te cuesta encontrar los refranes en el cuadro, vete al sitio web de la Historia de la Literatura Neerlandesa y pincha en cada refrán aquí. Están obviamente en neerlandés y algunos en neerlandés (flamenco) antiguo. Si no los entiendes, continúa leyendo, me he tomado la molestia de traducirlos al español. Para más facilidad lo mejor es imprimir la lista, es un poco larga:
  • Aan de veren kent men de vogel (Kinderen verloochenen hun afkomst niet): A sus plumas se reconoce el pájaro (Los hijos no reniegan sus orígenes)
  • Aan een been knagen (Langdurig vergeefs bezig zijn): Morder en un hueso (Ocuparse en vano durante mucho tiempo)
  • Aan een oud dak moet je veel herstellen (Verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud): Un viejo tejado necesita muchas reparaciones (Las cosas enviejecidas necesitan mantenimiento)
  • Achter het net vissen (Een gelegenheid voorbij laten gaan): Pescar detrás de la red (Dejar pasar una oportunidad)
  • Als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (Wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren, gaat het fout): Cuando un ciego guía a otro, ambos caen en el canal (Cuando ineptos aconsejan a otros ineptos, la cosa anda mal)
  • Als het kalf verdronken is dempt men de put (Pas als het kwaad reeds is geschied, wordt er iets ondernomen): Cuando la ternera ya se ha ahogado, se tapa el agujero (Se espera a que el mal esta hecho para hacer algo)
  • Bij de duivel te biecht gaan (Geheimen aan de vijand verklappen): Confesarse con el diablo (Revelar secretos al enemigo)
  • Bij iemand in het krijt staan (Iemand iets verschuldigd zijn): Estar en la tiza con alguien (Estar en deuda con alguien)
  • Daar hangt de pot uit (Het is niet zoals het zou moeten zijn): Allí cuelga el puchero fuera (No es como debería ser)
  • Daar hangt de schaar uit (Daar word je bedrogen): Allí cuelgan las tijeras fuera (Allí te engañan)
  • Daar hangt het mes uit (Een uitdaging) : Allí cuelga el cuchillo fuera (Un desafío)
  • Daar staan klompen (Tevergeefs wachten) : Allí están unos zuecos (Esperar en balde)
  • Daar steekt meer in dan een enkele panharing (Daar zit meer achter): En esto hay algo más que un arenque fresco (Aquí hay gato encerrado)
  • Daar zijn de daken met vlaaien bedekt (Er heerst overvloed): Allí los tejados están cubiertos de tortas (Hay abundancia)
  • Dat hangt als een schijthuis boven de gracht (Dat is overduidelijk): Esto está colgado como un cagadero sobre el foso (Es más que evidente)
  • De beren zien dansen (Erge honger hebben): Ver bailar a los osos (Tener mucho hambre)
  • De bezem uitsteken (Doen en laten wat je wil als de baas er niet is): Enarbolar la escoba (Hacer y dejar de hacer lo que quieres cuando el amo no está)
  • De bijl naar de steel werpen (De moed geheel opgeven): Tirar el hacha hacía el mango (Perder totalmente el ánimo)
  • De bok slepen (Zich uitsloven om niets): Arrastrar el cabrón (Afanarse por nada)
  • De cappe op den thuyn hangen (Het voor gezien houden): Colgar la capa en el jardín (Tomarlo por visto)
  • De duivel op het kussen binden (Met elke man raad weten): Atar el diablo sobre el cojín (Saber qué hacer con cualquiera)
  • De een rokkent wat de ander spint (Roddel napraten): Uno hace faldas de lo que hila el otro (Repetir el cotilleo)
  • De een scheert schapen, de ander varkens (Het is in deze wereld ongelijk verdeeld): El uno afeita ovejas, el otro cerdos (Las cosas están mal repartidas en este mundo)
  • De ene bedelaar ziet de ander niet graag voor de deur staan (Bang zijn voor concurrentie): A un mendigo no le gusta ver a otro delante de la puerta (Tener miedo a la competencia)
  • De ene pijl de andere nazenden (Misplaatste standvastigheid): Enviar una flecha tras la otra (Constancia importuna)
  • De galg beschijten (Nergens bang voor zijn): Cagar en la horca (No tener miedo a nada)
  • De gekken krijgen de beste kaarten (Het geluk helpt de dommen): Los tontos reciben las mejores cartas (La suerte ayuda a los tontos)
  • De grote vissen eten de kleine (De machtigen verrijken zich ten koste van de armen): Los peces grandes comen a los pequeños (Los poderosos se enriquecen a costa de los pobres)
  • De haan en de vos hebben elkaar te gast (Twee bedriegers zijn steeds op hun eigen voordeel uit): El gallo y el zorro han sido invitados el uno por el otro (Dos estafadores siempre buscan su propio beneficio)
  • De hennentaster (Iemand die zich druk maakt om ongelegde eieren): El palpador de pollos (Alguien que se preocupa por los huevos que aún no se han puesto)
  • De hond in de pot vinden (De laatste zijn en niets meer krijgen): Encontrar al perro en la olla (Ser el último y ya no recibir nada)
  • De kat de bel aanbinden (Iets al te publiekelijk ondernemen): Colgar el cascabel al gato (Emprender algo con demasiada ostentación)
  • De kruik gaat zolang te water tot zij berst (De onvoorzichtige die niet naar goede raad wil luisteren, ondervindt daarvan vroeg of laat de gevolgen): La jarra flota en el agua hasta que se rompe (El imprudente que no quiere escuchar los buenos consejos, pronto o tarde sufre las consecuencias)
  • De omgekeerde wereld (Niets is zoals het zou moeten zijn): El mundo al revés (Nada es como debería ser)
  • De ooievaar nakijken (Zijn tijd verdoen): Quedar mirando a la cigüeña (Despilfarar el tiempo)
  • De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (Je hebt je doel pas bereikt als alles gedaan is): El viaje no ha terminado cuando se percibe la iglesia y la torre (Has conseguido el objetivo solo cuando has terminado todo)
  • De rook kan het hangerijzer niet deren (Zinloze ondernemingen moet men achterwege laten): El humo no puede dañar las llares (No hay emprender algo que no tiene sentido)
  • De spindel valt in het vuur (De zaak is misgegaan): La canilla se cae en el fuego (La cosa ha ido mal)
  • De teerling is geworpen (Het besluit is gevallen): El dado está echado (La decisión está tomada)
  • De zeug loopt met de tap weg (Nalatigheid is hier troef) La cerda sale corriendo con el tapón (Aquí prima la negligencia)
  • De zon niet in het water kunnen zien schijnen (Afgunstig zijn): No querer que el sol brille en el agua (Tener envidia)
  • Den harinck braden om den roge oft kuyt (Iets opofferen om een kleinigheid): Asar el harenque por la lecha o la hueva (Sacrificar algo por una cosa insignificante)
  • Die draghen dwater in deene hant ende in dander tfier, geloef hem niet, daer no hier (Wees niet lichtgelovig, niet iedereen is je vertrouwen waard): No creas a nadie pue lleva en una mano agua y en la otra fuego (No seas crédulo, no todo el mundo merece tu confianza)
  • Die zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen (Schade is nooit meer helemaal goed te maken): El que ha derramado su papilla no puede recoger todo (El daño nunca se puede reparar totalmente)
  • Door de mand vallen (Doorzien worden): Caer a través del cesto (Verte el juego)
  • Door het oog van de schaar trekken (Afgezet worden): Pasar por el ojal de la tijera (Estar destituido)
  • Dune moets niet ute anders mans siden, eneghen breden rieme sniden (Het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort): No tienes que cortarte un cinturón ancho del cuero de otro (Es fácil disponer generosamente de algo que pertenece a otro)
  • Een aal bij de staart hebben (Een moeilijke zaak die gedoemd is te mislukken): Tener la anguila por la cola (Una cosa difícil que está condenada a ir mal)
  • Een deksel op zijn kop hebben (Opdraaien voor de schade): Tener una tapa sobre la cabeza (Cargar con los daños)
  • Een ei in het nest laten (Iets achter de hand houden): Dejar un huevo en el nido (Mantener algo escondido)
  • Een gat in het dak krijgen (Betekenis niet geheel duidelijk): Tener un agujero en el tejado (El significado no está muy claro)
  • Een hark zonder steel (Betekenis niet geheel duidelijk): Un rastrillo sin mango (El significado no está muy claro)
  • Een kaars voor de duivel branden (Met iedereen slijmen): Encender una vela para el diablo (Adular a todo el mundo)
  • Een morse muur is snel afgebroken (Een slechte zaak gaat niet lang mee, of: als iets slecht gemaakt/gebouwd wordt, gaat het gemakkelijk kapot): Un muro defectuoso se puede demoler rápidamente (Un mal negocio no dura mucho, o: cuando algo se hace/construye mal, se destruye con facilidad)
  • Een oogje in het zeil houden (Opletten voor de anderen): Mantener un ojito en la vela (Estar atento a los demás)
  • Een oorblazer (Een kwaadspreker): Uno que sopla en el oido (Uno que habla mal)
  • Een pilaarbijter (Iemand zo schijnheilig dat hij zelfs kerkpilaren omhelst): Un mordedor de pilares (Alguien que es tan hipócrita como para dar abrazos a los pilares de la iglesia)
  • Een schuimspaan zijn (Een zuiplap; een klaploper): Ser una espumadera (Un borracho; un comedor de la sopa boba)
  • Een stok in het wiel steken (Iets of iemand dwarsbomen): Meter un palo en la rueda (Llevar la contraria a alguien o algo)
  • Elkaar bij de neus nemen (Elkaar voor de gek houden): Coger el uno al otro por la nariz (Tomar el pelo el uno al otro)
  • Ergens de gek mee scheren (Iets of iemand bespotten): (No traducible literalmente) (burlarse de algo o alguien)
  • Gode enen vlassenen baert maken (Schijnhelig zijn): Hacerle a Diós una barba de lino (Ser hipócrita)
  • Hem roeckt niet wiens huys dat brant, als hi hem by de colen wermen mach (Elk voordeel is meegenomen): No le importa de quien es la casa que arde mientras puede aprovecharse del calor (Sacar provecho de lo que sea)
  • Het bijltje zoeken (Een uitvlucht verzinnen): Buscar la pequeña hacha (Inventarse un pretexto)
  • Het is gezond om in het vuur te pissen (betekenis niet geheel duidelijk): Es sano mear en el fuego (El significado no está muy claro)
  • Het is maar hoe de kaarten vallen (De toekomst ligt niet vast): Será según caen las cartas (El futuro no está fijado)
  • Het is onder het hoedje gespeeld (Iets in het geniep doen): Está jugado debajo del sombrerito (Hacer algo cazurramente)
  • Het varken is door de buik gestoken (Alles was afgesproken werk): El cerdo ha sido pinchado por la tripa (Todo fue convenido de antemano)
  • Hi cust het rinscken van der deuren (Hij is overdreven onderdanig): Besa el arito de la puerta (Es demasiado servil)
  • Hi speelt op die kake (Hij stelt zich aan): Juega en la quijada (Tiene cara)
  • Hij draagt de dag met manden uit (Hij verdoet zijn tijd) Se lleva el día en cestas (Despilfarra el tiempo)
  • Hij heeft de wereld aan zijn voeten liggen (Mensen doen alles wat hij wil): Tiene el mundo a sus pies (La gente hace todo lo que él quiere)
  • Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit (Hij lijkt alleen maar een wonderdokter): Sabe mirar a través de una tabla de roble cuando tiene un agujero (Solo es un curandero)
  • Hij laat de wereld op zijn duim draaien (Mensen doen alles wat hij wil): Hace girar el mundo sobre su dedo pulgar (La gente hace lo que él quiere)
  • Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft (Hij loopt zeer hard): Corre como si tuviera el fuego en el ano (Corre muy rápido)
  • Hij vangt vissen met zijn handen (Hij profiteert van het werk dat door anderen reeds is gedaan): Atrapa los peces con sus manos (Se aprovecha del trabajo que ya han hecho otros antes)
  • Iets door de vingers zien (Iets oogluikend toestaan): Mirar algo entre los dedos (Cerrar los ojos a algo)
  • In het harnas steken (Woedend zijn): Meter en el arnés (Estar enfadado)
  • Lachen als een boer die kiespijn heeft (Gedwongen lachen): Reirse como un aldeano que tiene dolor de muela (Tener una risa forzada)
  • Liefde is waar de geldbuidel hangt (Liefde is te koop): Hay amor donde cuelga la bolsa de dinero (El amor está en venta)
  • Men heeft daar latten op het dak (Er wordt afgeluisterd): Allí tienen listones en el tejado (Allí hacen escuchas)
  • Men kan niet gapen tegen een oven (Het onmogelijke wordt niet van je verwacht): No se puede bostezar ante un horno (No se espera lo imposible de ti)
  • Men moet de schapen scheren al naar ze wol hebben (Niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven): Hay que afeitar a las ovejas según la lana que tienen (No hay que perseguir el beneficio a cualquier precio)
  • Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen (Wie iets wil bereiken, moet daar wat voor over hebben): Hay que encorvarse si quieres hacerte un camino en el mundo (Si se quiere conseguir algo, hay que tener voluntad)
  • Met hem kan men geen spies draaien (Met hem valt niet samen te werken): Con el no se puede tornar una pica (No es posible trabajar con el)
  • Met het hoofd tegen de muur lopen (Het onmogelijke proberen): Pegarse la cabeza contra el muro (Intentar lo imposible)
  • Met moet geen rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen (Iets verkwisten aan iemand die het niet waard is): No hay que echar rosas (perlas) a los cerdos (Despilfarrar algo para alguien que no se lo merece)
  • Naar het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (Uit gierigheid een verkeerde keuze maken): Coger el huevo de la gallina y dejar escapar el huevo del ganso (Hacer una mala elección por avaricia)

  • Niemand zo fijn iets spon of het kwam aan het licht der zon (De waarheid komt altijd aan het licht): Nadie ha tramado algo tan fino que no haya vista la luz del sol (La verdad siempre sale a la luz)

  • Niemant en soeckt de anderen in den oven of hi hefter selver in gewest (Alleen wie zelf slecht is, denkt slecht over anderen oftewel: Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten): Nadie busca a otro en el horno si él mismo no se ha escondido en él (Solo el que es malo él mismo, piensa mal de los demás, o: Según es el posadero, confía en sus huespedes)

  • Niet van het ene brood tot het andere weten te geraken (Niet met geld kunnen omgaan): No saber llegar de un pan al otro (No saber manejar el dinero)

  • Nood doet oude quenen draven (Angst geeft vleugels): La necesidad hace correr a las mujeres viejas (El miedo da alas)

  • Onder de bezem getrouwd zijn (Zonder kerkelijke inzegening samenleven): Estar casado bajo la escoba (Vivir juntos sin la benedicción de la iglesia)

  • Onwert dieghene talre stont, die twee tonghen draghen in den mont (Onoprecht zijn): El que tiene dos lenguas en la boca siempre es inhonesto (Ser inhonesto)

  • Op de wereld schijten (Overal maling aan hebben): Cagar en el mundo (Dar el viento a todo)

  • Op hete kolen zitten (Bang of ongeduldig zijn): Estar sentado en carbón ardiente (Tener miedo o estar impaciente)

  • Paardenkeutels zijn geen vijgen (Laat je niets wijsmaken): Los excrementos de los caballos no son higos (Que no te cuenten historias)

  • Pluimen in de wind waaien (Iets doen zonder nadenken): Echar plumas al viento (Hacer algo sin pensar)

  • Schelvis uitwerpen om kabeljauw te vangen (Een opoffering waar men niets mee opschiet): Echar merluza para pescar bacalao (Un sacrificio que no aporta nada)

  • Si trecken omt lanxte (Ze willen allebei winnen): Tiran todo el tiempo que pueden (Ambos quieren ganar)

  • So ras het hecken van de dam is, lopender de verckens in het koren (Als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band): Cuando se quita la verja del terrapleno, los cerdos corren en el trigo (Cuando no hay vigilancia, los niños o los subordinados se sueltan el pelo)

  • Tegen de maan pissen (Iets onmogelijks proberen): Mear contra la luna (Intentar algo imposible)

  • Tegen de stroom is het kwaad roeien (zwemmen) (Tegen algemene opvattingen kan men zich moeilijk verzetten): Es difícil remar (nadar) contracorriente (Es difícil oponerse a opiniones generales)

  • Tot de tanden bewapend zijn (Zwaar bewapend zijn): Estar armado hasta los dientes (Estar muy armado)

  • Tussen hemel en aarde hangen (Zich in een lastige situatie bevinden): Estar colgado entre el cielo y la tierra (Estar en una situación difícil)

  • Tussen twee stoelen in de as zitten (Helemaal niets uitvoeren) Estar sentado en la ceniza entre dos sillas (No hacer absolutamente nada)

  • Twee honden aen eenen beene, si draghen selden wel overeene (Verbitterd om iets vechten): Dos perros para un hueso dificilmente se ponen de acuerdo (Pegarse rabiosamente por algo)

  • Twee vliegen in één klap slaan (Twee zaken die men in een moeite kan afdoen) Pegar dos moscas con un solo golpe (Dos cosas que se han podido hacer con un solo esfuerzo)

  • Twee zotten onder één kaproen (Een gek is niet graag alleen): Dos tontos bajo una gorra (A un tonto no le gusta estar solo)

  • Uit het raam groeien (Niet geheim kunnen blijven): Crecer fuera de la ventana (No poder mantener secreto)

  • Uit hetzelfde gat schijten (Onafscheidelijke kameraden): Cagar por el mismo agujero (Amigos inseparables)

  • Van de os op de ezel springen (Slechte zaken doen): Saltar del buey al burro (Hacer malos negocios)

  • Veel geschreeuw en weinig wol (Veel drukte, maar weinig resultaat): Mucho griterio y poca lana (Mucho ajetreo pero poco resultado)

  • Voor wint ist goet seylen (Onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben): Es fácil navegar con el viento en popa (En condiciones favorables es más fácil tener éxito)

  • Waar aas is vliegen kraaien (Als er iets te halen valt, staat iedereen vooraan): Donde hay pasto cantan las moscas (Donde hay algo que obtener, todos están delante)

  • Wat heb je aan een mooi bord als het leeg is? (Lichamelijke behoeften gaan voor zintuiglijke): ¿A qué te sirve un plato bonito si está vacío? (Las necesidades corporales pasan antes de las sentimentales)

  • Wie weet waeromme die ganzen bervoets gaan? (Alles heeft zo zijn reden): ¿Quien sabe porqué los gansos van descalzos? (Todo tiene su explicación)

  • Wilde beeren, die sijn by den ander gheeren (Soort zoekt soort): Los osos salvajes quieren estar con sus semejantes (Los semejantes se buscan)

  • Zij hangt haar man de blauwe huik om (Zij bedriegt haar man): Le cuelga la capa azúl a su marido (Es infiel a su marido)

  • Zijn gat aan de poort vegen (Zich nergens druk om maken): Frotarse el culo a la puerta (No preocuparse por nada)

  • Zijn geld in het water gooien (Zijn geld verkwisten): Tirar su dinero al agua (Malgastar su dinero)

  • Zijn huik naar de wind hangen (Zijn mening aan de omstandigheden aanpassen): Poner la capa por donde viene el viento (Adaptar su opinión a las circunstancias)

  • Zijn last dragen (Ieder heeft zo zijn problemen): Llevar su carga (Cada uno tiene sus problemas)

  • Zijn licht ergens op laten schijnen (Zeggen wat men ergens van vindt; iets begrijpelijk maken): Dejar que su luz ilumine algo (Expresar su parecer sobre algo, hacer comprender algo)

  • Zijn pijlen verschieten (Te snel handelen of beslissen): Malgastar sus flechas (Actuar o decidir precipitadamente)

  • Zo mak als een lammetje (Heel gedwee): Tan manso como un corderito (Muy dócil)

  • Zorg dat daar geen zwarte hond tussen komt (Pas op dat het niet misgaat): Ten cuidado que no se interponga un perro negro (Ten cuidado de no fracasar)

No hay comentarios:

Publicar un comentario

Ser, Saber, Sentir